RESET deel 4 – hints, uitleg en antwoorden

RESET · Deel 4: Jouw eigen route

Jouw tempo. Jouw nieuwe begin. Dit slotdeel combineert meerdere denkstappen. Kies je puzzel en open alleen de hulp die je nodig hebt.

Begin met een hint. Lees daarna de methode. Het volledige antwoord blijft verborgen tot jij het opent.

← Alle delen van RESET

1. Drie voorwaarden, één selectie

1 · Geef me een hint

Er blijven precies twee kaarten over. Een voorlopige kaart telt niet mee.

2 · Leg de aanpak uit

Toets iedere kaart aan alle drie voorwaarden. Voer daarna pas de rekenstappen uit.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: JE

  1. 20 en 10 voldoen aan alle voorwaarden.
  2. Aflopend: 20, 10. Delen door 2 geeft 10 en 5.
  3. 10=J en 5=E: JE.

2. De ontbrekende volgorde

1 · Geef me een hint

Na Eli en Cato blijven de plaatsen 2, 3 en 4 over. Waar passen Dina en Bo?

2 · Leg de aanpak uit

Teken vijf vakken. Zet de vaste namen neer en zoek daarna het paar met precies twee plaatsen afstand.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: BOUWT

  1. Eli is 1 en Cato is 5.
  2. Dina en Bo kunnen alleen op 2 en 4 staan. Alex komt op 3.
  3. Eli, Dina, Alex, Bo, Cato geeft B O U W T.

3. Kijken vanuit een andere hoek

1 · Geef me een hint

Na de draai staat E uit de linksonderhoek linksboven. Het middelste vak blijft op dezelfde plek.

2 · Leg de aanpak uit

Bij een draai met de klok mee wordt de onderste rij de linkerkolom, van boven naar beneden gelezen.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: EEN

  1. Het gedraaide rooster is: E A Q / T E R / S K N.
  2. De diagonaal is E, E, N.
  3. Codewoord: EEN.

4. Een sleutel die groeit

1 · Geef me een hint

De volledige sleutel is 1, 2, 3, 5, 8. De laatste letter moet voorbij A terugtellen.

2 · Leg de aanpak uit

Maak eerst de getallenrij. Gebruik daarna A=1 tot Z=26; tel 26 bij als je onder 1 komt.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: NIEUW

  1. O(15)-1=N(14); K(11)-2=I(9).
  2. H(8)-3=E(5); Z(26)-5=U(21).
  3. E(5)-8=-3; -3+26=23=W. Het woord is NIEUW.

5. Het hele pad telt

1 · Geef me een hint

Vergelijk T–H–I–S met de route via U. Via A beginnen lijkt goedkoop, maar kost later meer.

2 · Leg de aanpak uit

Teken de zes letters met verbindingen. Bereken complete routes en vergelijk hun totale tijd.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: THUIS

  1. T–H–U–I–S duurt 3+2+2+3=10 minuten.
  2. T–H–I–S duurt 12; T–A–H–U–I–S ook 12. Andere geldige paden zijn langer.
  3. De unieke kortste route geeft THUIS.

6. Twee grenzen tegelijk

1 · Geef me een hint

Streep een combinatie meteen weg zodra prijs óf ruimte te groot wordt. Begin met drie pakketten die weinig ruimte innemen.

2 · Leg de aanpak uit

Schrijf combinaties van drie op. Bereken voor elke combinatie zowel prijs als ruimte; één overschreden grens is genoeg om haar weg te strepen.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: MET

  1. M+E+T kost 6+5+7=18 en gebruikt 3+4+3=10.
  2. Iedere andere combinatie overschrijdt minstens één grens.
  3. In tabelvolgorde lees je MET.

7. De controlegetallen

1 · Geef me een hint

De eerste rij kiest 4–7–11: 4+7=11. Het derde getal, 11, geeft K.

2 · Leg de aanpak uit

Controleer iedere som apart. Schrijf de zes gekozen eindgetallen onder elkaar en zet ze pas daarna om.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: KLEINE

  1. De geldige derde getallen zijn 11, 12, 5, 9, 14 en 5.
  2. 11=K, 12=L, 5=E, 9=I, 14=N, 5=E.
  3. Codewoord: KLEINE.

8. Eerst terug, dan verschuiven

1 · Geef me een hint

Na omkeren staat er V U D Q S F Q. De eerste V wordt S.

2 · Leg de aanpak uit

Maak drie regels: oorspronkelijke code, omgekeerde code en uitkomst. Zet de sprongen 3–1–3–1–3–1–3 boven de middelste regel.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: STAPPEN

  1. Omkeren geeft V U D Q S F Q.
  2. Terugschuiven geeft V−3=S, U−1=T, D−3=A, Q−1=P.
  3. Daarna S−3=P, F−1=E en Q−3=N: STAPPEN.

9. Precies één waarheid

1 · Geef me een hint

A en B spreken elkaar rechtstreeks tegen. Van die twee is altijd precies één uitspraak waar.

2 · Leg de aanpak uit

Omdat A of B al de ene waarheid levert, moeten C en D allebei onwaar zijn. Gebruik dat om de envelop te bepalen.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: HULP

  1. C moet onwaar zijn: de code zit dus in A. D is dan ook onwaar.
  2. Bij envelop A is alleen uitspraak B waar. De regel klopt.
  3. 8–21–12–16 geeft HULP.

10. Drie klokken, één kwartier

1 · Geef me een hint

Op Maya’s klok is Noor vrij van 14.15 tot 14.55 en Sami van 14.35 tot 15.10.

2 · Leg de aanpak uit

Zet alle beschikbaarheid op één tijdbalk. Haal Maya’s bezette periode weg en test daarna het hele kwartier van A, B en C.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: MOED

  1. De gezamenlijke beschikbare periode is 14.40–14.55. Alleen B past volledig.
  2. A botst met Maya’s bezette tijd en Sami’s begintijd; C eindigt te laat voor Noor en Maya.
  3. De getallen van B geven 13=M, 15=O, 5=E, 4=D: MOED.

11. Eén verkeerd totaal

1 · Geef me een hint

Controleer de rechterkolom: 5+9 is niet 15. De onderste rij geeft dezelfde fout aan.

2 · Leg de aanpak uit

Bereken de rijtotalen en kolomtotalen opnieuw. Omdat de vier basisgetallen juist zijn, kun je de fout eenduidig vinden.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: EN

  1. Rij 1: 2+3=5. Rij 2: 4+5=9. Kolommen links en midden: 6 en 8.
  2. Rechtsonder moet 5+9=14 zijn; ook 6+8=14. Alleen 15 is verkeerd.
  3. Lees 5 en 14: E en N.

12. De laatste vier letters

1 · Geef me een hint

Je hebt de antwoorden van puzzel 5, 4, 1 en 10 nodig. Kijk op je verzamelpagina of open alleen die hulpstukken.

2 · Leg de aanpak uit

Bereken eerst de vier puzzelnummers. Schrijf de bijbehorende woorden op en tel daarna de gevraagde letterposities.

3 · Toon het antwoord

Codewoord: TIJD

  1. Puzzel 5: THUIS, letter 1=T. Puzzel 4: NIEUW, letter 2=I.
  2. Puzzel 1: JE, letter 1=J. Puzzel 10: MOED, letter 4=D.
  3. TIJD. De complete zin is: JE BOUWT EEN NIEUW THUIS MET KLEINE STAPPEN HULP MOED EN TIJD.

Een fout is informatie. Kijk welke stap anders liep, probeer opnieuw en bewaar je codewoorden in je boek. Voor deze hulp is geen account nodig.